Paardenmest in de moestuin

Paardenmest is een uitstekende bodemverbeteraar, want het is rijk aan vezels en structuur. Toch heeft het een ‘slechte’ naam. Zeer ‘verse’ paardenmest zit namelijk bomvol onkruidzaden. Lastig als u uw sier- of moestuin ermee wilt bemesten. Gelukkig is voor dit onkruidprobleem een goede oplossing.

Composteren tegen onkruidzaden
Paarden eten veel stengelig ruwvoer, wat slechts één maal door het maag-darm kanaal wordt geleid. Zij herkauwen niet, zoals schapen, geiten of koeien waardoor het voer vrij snel weer uit het dier komt. Zaden van allerlei planten overleven deze gang door het paard en kunnen, nadat ze door het paard zijn uitgepoept, nog ontkiemen. Verse paardenmest zit daardoor boordevol onkruidzaden en is dus niet aan te bevelen voor de sier- of moestuin.
Door uw paardenmest echter te composteren wordt dit probleem opgelost. Door de warmte die vrij komt bij het composteren worden de zaden onschadelijk gemaakt. Uit Engels onderzoek is gebleken dat bij een temperatuur van 80 graden Celsius de meeste onkruidzaden gedood worden. Om deze temperatuur in je composthoop te krijgen is het volgende nodig.


Wat moet je doen

Om een composthoop te krijgen waarin voldoende warmte kan ontstaan, moet hij voldoen aan een aantal eisen. Ten eerste moet hij groot genoeg zijn, minimaal een meter hoog, de bodem moet in contact staan met de ondergrond (geen betonvloer dus), opgebouwd zijn uit verschillende lagen en er moet voldoende lucht in de hoop kunnen komen.

De composthoop moet minstens 2 x 2 meter zijn en kan pas voldoende warmte ontwikkelen als hij minimaal een meter hoog is. Om voldoende hoogte te krijgen zet u een hekwerk van stevig gaas (of planken) van ongeveer 1,5 meter hoog. Gebruik op de hoeken stevige palen zodat het hekwerk niet omvalt naarmate de compost hoger komt te liggen. De bodem van de composthoop moet in contact staan met de ondergrond zodat wormen en bacteriën vanuit de bodem in de hoop kunnen komen.

Composthoop opbouwen in verschillende lagen
Om het beste resultaat te krijgen wordt de hoop opgebouwd uit verschillende lagen.
1. Paardenmest zonder stro. Begin met een gelijkmatige laag paardenmest (zonder stro) van ongeveer 15 centimeter. Dit moet niet te droog, maar ook niet te nat zijn. Als het te droog is, maak het dan vochtig met water.
2. Strooi over de mest een meststof met voldoende stikstof (compostversneller).Een tekort aan stikstof vertraagt het composteringsproces. (Als u in het bezit bent van stro uit de paardenstal, waarin de urine van het paard is opgenomen, dan is de compostversneller niet nodig. Het stikstof uit de urine komt dan in de composthoop en heft het stikstof tekort uit de mest op.)

3. Groenafval. De volgende laag bestaat uit groenafval, bij voorkeur stro uit de paardenstal of oud maaisel. Bladeren, snoeiafval of oud hooi kunnen hier ook voor worden gebruikt. De groene laag moet minimaal 50% van de gehele bult zijn.
4. Laag paardenmest. Over het groen komt weer een laag paardenmest (zonder stro) met eventueel compostversneller. Let op voldoende vocht in de mest. Stamp de paardenmest niet aan. Er moet voldoende lucht in de bult kunnen komen om de bacteriën hun werk te laten doen. Voor extra lucht in het hart van de bult kunt u met een ijzeren staaf drie of vier gaten maken tot op de bodem. Een PVC-buis met daarin gaten geboord kunt u rechtop in de bult zetten.
5. Top laag. Als laatste laag sluit u de composthoop af met oude zakken of een laagje vochtige aarde. Deze laag houdt de warmte vast en behoedt de composthoop voor uitdroging of juist te veel vocht van de regen. Te weinig vocht vertraagt het proces van composteren, te veel vocht houdt de temperatuur te laag.


Vochtcontrole voor het beste resultaat

Na een aantal dagen tot een week moet het proces in het hart van de bult op gang komen. Wordt de hoop niet warm genoeg, dan ligt dit aan de hoeveelheid stikstof in de bult, de vochtigheid of aan beide. Hou de vochtigheid in de gaten. Bij veel regen, knijp de zakken van de bovenste laag uit. Bij te weinig vocht, maak de zakken vochtiger.

Na een week of acht is het hart van de composthoop voldoende warm geweest en zijn de onkruidzaden gedood. De compost kan gebruikt worden. De buitenkant van de bult is nog niet zo ver.

Schep de bruikbare compost uit de bult en breng de buitenste compost naar het hart van de bult. Nieuwe mest en groen kan de buitenkant aanvullen. Kijk goed naar de vochtigheid in de bult. Maak weer ventilatiegaten en dek het geheel weer af.

Hoe langer het proces gaande blijft hoe beter het resultaat. En het resultaat is een prima compost, geschikt voor de sier- en moestuin.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: