Een moestuin beginnen

 

Stap 1: een teelplan maken

Kijk eerst eens wat je allemaal lekker vind en maak een lijstje. Wie weinig ervaring heeft, kan beter eenvoudig beginnen met worteltjes, prei, uien, tomaten, sla, aardbeien en boontjes bijvoorbeeld.
Er zijn genoeg eenvoudige groenten om uit te kiezen.
Verbouw ook niet teveel van hetzelfde. Beter een paar kooltjes die naar meer smaken dan een heleboel die je al snel beu bent.

Maak vervolgens een plattegrondje van je tuinoppervlak en plan waar de paadjes moeten lopen. Dit is geheel naar eigen voorkeur. Zelf denk ik dat 1 middenpad en 4 zijpaadjes per kant geen overbodige luxe zal zijn bij een ruimte van 4.5 bij 22 meter, maar dat zal nog in de praktijk moeten blijken. Voorkom in elk geval dat je voortdurend moet rekken om ergens bij te kunnen.

Hoe ga je nu je groentes over die stukken verdelen? Er zijn sowieso drie dingen om rekening mee te houden. De meeste groentes moeten elk jaar op een andere plaats, je moet ze dus elk jaar een stukje opschuiven (wisselteelt). Daarnaast kun je ze ook nog indelen naar voedselbehoefte en zijn er ook nog eens soorten die je juist wel of juist niet naast elkaar moet zetten. Praktisch gezien werkt het volgende goed:

Groentes zijn grofweg onder te verdelen in 3 groepen die elk hun eigen behoefte aan mest en eventueel kalk hebben. De indeling is:

  • veel voedsel nodig: kool, augurken, tomaten, aardappels, prei en aardbeien
  • minder nodig: rode biet, selderij, rettich, radijs, sla-soorten, spinazie, uien, bieslook, rammenas, eenjarige sierbloemen
  • geen extra mest nodig: erwten, bonen en kruiden

Je kunt ze volgens deze indeling over 3 stukken grond verdelen. Soms werkt men ook wel met vier stukken waarbij de aardappelen en aardbeien apart worden neergezet.
Je kunt dan in elk geval beginnen met de eerste groep wat extra mest te geven en de erwten en bonen juist te ontzien. Het volgende jaar schuif je elke groep door naar een ander stuk van je grond. Zie voor uitgebreidere info hoe werkt wisselteelt?.

Binnen elk van de drie groepen kun je ook nog eens bekijken welke groentes goed samen gaan. Zo kun je beter geen peterselie naast sla zetten want ze geven stoffen af waar de andere plant last van heeft.
Er zijn ook soorten die elkaar juist positief beïnvloeden, bijvoorbeeld ui en wortel. Ze houden elkaars parasieten uit de buurt, en dat is mooi meegenomen. Onder het kopje Welke groenten en kruiden passen goed bij elkaar? vind je meer info hierover.

De indeling in drie groepen is wel nodig maar je hoeft je er niet altijd strikt aan te houden. Men zet bijvoorbeeld weleens sla tussen de stokken van de snijbonen. Zo benut je anders verloren ruimte en blijkbaar hebben deze twee soorten een positieve invloed op elkaar.
Toch is er wel een waarschuwing op zijn plaats: kool moet echt maar eens in de vier jaar op dezelfde plaats geteeld worden. Anders krijg je gegarandeerd last van knolvoet. Het is een schimmel waarvan de sporen jarenlang in de grond aanwezig blijven en die nauwelijks te bestrijden is. Je kunt dus beter niet her en der jonge koolplantjes zetten op leeggekomen plekken in augustus, al is dat nog zo verleidelijk. Ook aardappelziektes breken makkelijk uit als je geen wisselteelt toepast.

Heb je eenmaal een plan, ga dan gewoon uitproberen want door ervaring leer je het meest.

 

Stap2: moestuin grond voorbereiden en zaaien

De grond moet in elk geval bewerkt worden voor je kunt zaaien: spitten, eventueel verbeteren, en bemesten.

Zware klei is slecht doorlatend. Je kunt de grond het beste in het late najaar omspitten. De kleikluiten kunnen dan “invriezen” en zo wordt de grond wat verlucht. Met tuinturf, potgrond of bladcompost kan zware kleigrond wat verbeterd maar dan moet het wel gelijk mee ondergespit worden.
Kleigrond is van nature vrij vruchtbaar. Met stalmest of compost kan men het voedingsgehalte op peil houden. Zelf gebruikte ik droge mestkorrels en dat ging ook prima.

Zandgrond heeft een losse structuur en verliest snel water en voedingsstoffen. Het humusgehalte moet worden verhoogd en dat bereik je het beste door (oude) stalmest of zelfgemaakte compost toe te voegen. Ook een extra kalkgift kan nodig zijn, maar geef dit niet tegelijk met de mest. Het beste kun je in het najaar of heel vroege voorjaar bemesten en een tijdje later wat kalk strooien.

Hier zie je ook al het belang van je planning. Als je weet waar je de bonen en erwten zet, dan weet je ook dat je daar niet teveel mest moet strooien. Groentes die veel voedsel nodig hebben, kun je juist van wat extra’s voorzien.
Wat kalk betreft: geef het niet aan aardappels, want die houden juist van enigszins zure grond. Kool daarentegen mag je wel wat kalk geven, want dat gaat de ziekte knolvoet tegen.

Tot zover de grond. Hoe gaat het met zaaien?

Het begint natuurlijk met zaad kopen. Je kunt terecht in tuincentra maar ook op het internet zijn enkele goede leveranciers te vinden. Vaak kun je ook samen met anderen via het moestuincomplex bestellen en dat kan best wat schelen in de prijs.

Je kunt sommige groenten al vanaf februari/maart zaaien in kleine kweekbakjes. Op de pakjes staat duidelijk per soort vermeld wanneer je daarmee kunt beginnen.
Kweekbakjes kun je kopen bij tuincentra maar je kunt ook een kistje of ander bakje gebruiken. Vul het met een laagje potgrond en maak de grond goed vochtig. Zaai daarna volgens de aanwijzingen op de verpakking en doe er nog een klein laagje potgrond van ongeveer 1 cm op. Dek het geheel dan af met huishoudfolie waarin een paar piepkleine gaatjes zitten. Het folie zorgt ervoor dat het klimaat daarbinnen vochtig en warm blijft. Controleer of het niet te droog wordt en geef eventueel wat water met de plantenspuit bij.
Zodra de eerste blaadjes bovenkomen, kan het folie eraf en kun je de plantjes wat koeler gaan zetten. Dit laatste is nodig omdat ze anders lange, dunne scheuten vormen. Al snel kunnen de plantjes verpot worden in kleine bloempotjes en verder worden afgehard. Als de vorst uit de grond is (april/mei) kunnen ze de tuin in.

Zaaien in de vollegrond gaat ook prima, maar dan moet je vaak nog even wachten tot het warm genoeg is. Ook hierover vindt je aanwijzingen op de verpakking.
Er zijn mensen die werken met plastic tunnels, en zo toch eerder in de vollegrond kunnen zaaien. De ventilatie laat echter te wensen over en je kunt er ook niet zo goed bij. De vochtigheid trekt veel slakken aan die alles opvreten. Voorlopig begin ik hier zelf niet aan, gezien de vele (naakt)slakken die ik afgelopen zomer bij mijn kolen vandaan moest houden.

Binnenkort ga ik wel zaaien in een koude bak. Ik ga er zelf één bouwen en hoop hier veel plantjes op te kweken die ik dan in de moestuin kan uitzetten. Ik hoop je hier binnenkort meer over te kunnen vertellen…

Stap3: gewassen onderhouden en beschermen

Hier komen ongetwijfeld nog veel tips bij als de ervaring groeit. Voorlopig kunnen we al de volgende dingen aanraden:

Als je in de vollegrond zaait, bescherm de zaden dan met een net, anders eten de vogels ze zeker op. Je kunt hiervoor handige boogframes kopen om het net over te spannen.
Worden de plantjes groter, dan is het gevaar van vogelvraat weer wat geweken en kunnen de netten er tijdelijk af. Als de planten bloeien, moeten de insecten er wel bij kunnen om voor de bestuiving te zorgen.
Komen er eenmaal vruchten aan, dan zijn de netten zeker weer nodig anders houdt je geen oogst over. Dit geldt vooral voor aardbeien en peulvruchten. Worteltjes kun je met netten beschermen tegen de wortelvlieg.

Veel voorkomende belagers zijn: luizen, slakken en witte vlieg. Meeldauw kan ook een probleem zijn, bijvoorbeeld bij courgettes.
In het algemeen geldt: tijdig bestrijden voorkomt veel ellende. Controleer je plantjes dus heel regelmatig want je wilt geen plaag ontketenen.

Bij de bestrijding van ziekten en plagen zul je misschien niet altijd ontkomen aan bestrijdingsmiddelen. Biologische middelen zoals brandnetelgier tegen luizen helpen vaak maar even en je zult ze vaak moeten herhalen. Zelf probeer ik altijd de conditie van de plant zo optimaal mogelijk te houden door de juiste omgeving en bemesting en tijdig ingrijpen als het mis gaat.

Bij mijn eigen moestuin zal ik de komende tijd wel wat probleempjes tegenkomen en ik zal ze dan ook bespreken. Verder kun je op veel tuinsites informatie over ziekten en plagen vinden en natuurlijk kun je van ervaren tuinders ook veel opsteken.

Tot slot een paar tips:

  • denk om de netten, het maakt echt veel uit
  • ik kreeg het advies om jonge tomatenplantjes te behandelen met een middel tegen aardappelziekte. Dit zou voetrot tegen gaan. Aangezien aardappels en tomaten tot dezelfde plantenfamilie horen, namelijk de nachtschaden, leek me dat geen slecht idee.
  • meeldauw bij courgettes komt veel voor. Verwijder de aangetaste bladeren en houd de planten in goede conditie. Zorg voor een goede bemesting (ze vragen veel voedsel) en laat de courgettes niet te groot worden (dat vergt veel van de plant).
  • Last van slakken? Biologische slakkenkorrels van Eco-style, verkrijgbaar bij de Boerenbond, zijn ongevaarlijk voor vogels en helpen echt. Het ziet eruit als blauwe hagelslag, dus oppassen met kids.
  • Onkruid: handmatig verwijderen en blijven volhouden, vanaf het begin tot het eind. Chemische middelen zijn hier niet aan te raden. Je richt er op den duur veel schade mee aan! Gewoon zo goed mogelijk bijhouden is de beste remedie hier.

Stap 4: gewassen oogsten en bewaren

Op pakjes zaad staat meestal aangegeven in welke maanden er geoogst kan worden. Zo heb je al een indicatie over de oogsttijd. In grote lijnen gebeurt het ongeveer zo:

Groenten die je in februari/maart zaait onder glas of binnen, zijn o.a. tomaten, rode pepers en paprika’s. Deze planten hebben een groot deel van voorjaar en zomer nodig om te groeien en de vruchten worden half rijp of rijp geoogst. In oktober kun je de laatste oogst binnen halen en daarna is het te koud geworden.

Andere planten kun je gedurende voorjaar en zomer meerdere keren inzaaien en zo kun je de oogst wat spreiden: worteltjes, radijsjes, boontjes en bietjes. Meestal wordt de laatste oogst van deze groenten in oktober/november gedaan. De boontjes moet je niet te dik laten worden, ze zijn veel malser als ze kleiner zijn. Dat geldt overigens ook voor bietjes. Voordat het echt gaat vriezen, moeten ook de wortelgroenten geoogst worden. Je kunt wortels en bietjes goed bewaren in een emmer zand.

Voor kool gelden weer andere richtlijnen. Broccoli en zomerbloemkool moet je tijdig oogsten, anders gaan ze doorschieten en is de oogst verloren. Broccoli maakt na de oogst nog kleine zijscheuten en ook die kun je oogsten.
Er zijn koolsoorten zoals zomer rode kool en chinese kool, die niet vorstbestendig zijn. Die moet je voor de invallende vorst dus uit de grond halen. Bewaren kan even in kranten of door ze met wortels en al op zijn kop in de schuur te hangen, maar in de regel moet je ze niet te lang bewaren. Boerenkool, winterbloemkool en spruitjes kunnen de vorst wel aan. Boerenkool en spruitjes worden er zelfs zoeter en dus lekkerder door.

Uien worden altijd geoogst zodra het loof “verstrijkt”, dus als het omknakt en slap gaat hangen. Je kunt ze in een ruime doos buiten, uit de regen, wat laten opdrogen en vervolgens op een koele en donkere plaats, in de schuur bijvoorbeeld, bewaren. Ze blijven zo maanden goed.
Bij prei heb je weer verschillende soorten. De zomerprei moet aan het eind van het seizoen geoogst worden terwijl de winterprei gewoon kan blijven staan tot je hem nodig hebt.

Pompoenen en sierkalebasjes worden aan het eind van het seizoen geoogst. Je kunt ze vaak nog maanden bewaren.
Courgetten kun je vanaf de zomer voortdurend oogsten zodra ze groot genoeg zijn. Ze groeien snel en voor je het weet, heb je er teveel. Laat ze niet te groot worden, dan smaken ze minder. In oktober sterven de planten vanzelf en kun je de laatste oogst binnenhalen.

De meeste bladgroenten zoals sla, andijvie en spinazie, zijn niet vorstbestendig. Zaaien tot in juli kan nog, daarna is het oogsten voor de vorst invalt en dan kun je in het vroege voorjaar weer zaaien.

Wat aardappels betreft: je kunt vroege of late soorten kopen, maar allen moeten voor de vorst de grond uit. Je kunt ze eventueel behandelen met een middel tegen het schieten en bewaren op een koele, donkere plek.

Een flinke vriezer kun je goed gebruiken, want je zult aardig wat tijd bezig zijn met groenten schoonmaken en invriezen of fruit tot jam verwerken. Ook groenten in het zuur zetten is leuk om te doen.

Welke groenten en kruiden passen goed bij elkaar?

In de biologische moestuin probeert men vooral te profiteren van de positieve invloed die bepaalde groenten en kruiden op elkaar hebben. Je kunt er je voordeel mee doen. Planten die het goed doen naast elkaar, zijn:

  • wortel en ui
  • tomaat en wortel
  • tomaat en basilicum
  • rode biet en ui
  • kropsla en ui
  • paprika en ui (lijkt me wel iets voor in een kas!)
  • peterselie en tomaat
  • afrikaantjes met broccoli, sla of prei
  • selderij met stambonen, tomaat of herfstwortels
  • afrikaantjes naast herfstwortels
  • salie naast bonen
  • bonenkruid bij bonen weert bladluis
  • dille tussen wortels (weert wortelvlieg)
  • calendula naast erwten, tomaat, augurk of rode biet
  • witte kool en ui

Borago (die in onze siertuin helemaal verwilderd is) schijnt veel schadelijke insecten te weren. Ook thijm en lavendel schijnen luizen op een afstand te houden.

Welke groenten kun je beter niet combineren?

  • sla en peterselie
  • prei naast wortel, tomaat of rode biet
  • ui en prei naast bonen en erwten
  • pompoen naast aardappels
  • knoflook en aardbeien

Wil je toch bietjes en worteltjes naast elkaar zetten, dan kun je bijvoorbeeld een klein rijtje dille ertussen zaaien, dat werkt prima.

Hoe werkt wisselteelt?

Groenten moeten elk jaar ergens anders gezet worden. Je put anders de grond uit en trekt gemakkelijk ziekten en plagen aan. In het geval van aardappels en kool houdt men bij sommige moestuincomplexen per jaar bij waar je ze zet.
Kool mag zelfs maar 1 keer in de 4 jaar op dezelfde plek staan.

In de praktijk betekent het, dat je een plan maakt waarbij je de tuin in 3 stukken verdeelt en ook de groentesoorten in 3 groepen. Het jaar daarop schuif je de groenten 1 stuk verder op. Het ziet er dan zo uit:

tuinstuk: eerste – tweede – derde 
jaar 1: groep 1 – groep 2 – groep 3
jaar 2: groep 2 – groep 3 – groep 1
jaar 3: groep 3 – groep 1 – groep 2

Ik hoor je bijna denken: hoe zit het dan met die kool? Dit schema is gebaseerd op 3 jaar, niet op 4. Het lijkt me dat je vooral moet opletten dat je de kool niet op precies dezelfde plek zet. Bewaar daarom je aantekeningen goed.

Je kunt ook werken met 4 stukken tuin zoals gebeurt ook bij de biologisch-dynamische methode.
Je gebruikt dan hetzelfde wisselsysteem alleen laat je het stuk waar de bonen en erwten hebben gestaan, het jaar daarop braak liggen.
De grond is dan toch wel behoorlijk uitgeput. Gedurende het vierde jaar moet je dan groenbemesters inzaaien zoals wikke, klaver of phaecelia. Die spit je onder vlak voor de bloei, waarna de grond weer voldoende bemest moet zijn voor het volgende jaar.
Dit betekent dus dat je elk jaar 3 van de 4 stukken vol groentes hebt staan en 1 stuk met groenbemesters.

Je kunt je moestuin opdelen in zoveel percelen als je handig vindt, maar wisselteelt is in elk geval nodig om de tuin gezond te houden.

Bron: http://www.vrolijketuinier.nl/

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: